Hirsi Ali voor kinderen verklaard

Persverklaring Ayaan Hirsi Ali

Antwoorden van minister Verdonk op vragen over Hirsi Ali door
Tweede Kamerlid Nawijn (groep Nawijn, voorheen Lijst Pim Fortuyn)
Hirsi Ali explained for children

Press release Ayaan Hirsi Ali 16 May 2006

Answers by minister Verdonk on question on Hirsi Ali by the
member of parliament (second chamber) Nawijn (Group Nawijn, before List Pim Fortuyn)

Steniging van de heilige Stephanus uit "Schouwtooneel der martelaren" 1738 getekend door Jan Luyken (1649-1712)
Stoning of Saint Stephan from "Mirror of matyrs" 1738 drawn by Jan Luyken (1649-1712)


Ieder kind weet het,
al was het maar uit het jeugdjournaal:
barbaarse Afghanen, primitieve Nigerianen,
en ander fanatieke moslims:
zij stenigen...
en dan met name vrouwen.
Dat mag niet. Dat moet niet!
Wij Nederlanders stemmen daar niet mee in.
Wij sturen zelfs een beschavingsleger
naar de uitlopers van het Himalajahgebergte
om daar verandering in te brengen.

Nederlanders zijn altijd nette mensen geweest.
Als iemand afwijkt van de juiste weg
zijn verstoting en verbanning onze middelen bij uitstek.
Kijk er de vaderlandse geschiedenis maar op na.
Steniging besmeurt onze schone stoep.

"Schoon ship maken" heet dat,
geen man overboord, liever een vrouw
en dan "recht door zee" en kijk niet om
ook dat leert de bijbel.

En daarbij nog, de uitgedreven zondebok
zal door haar lijden
de hele gemeenschap reinigen van het kwaad.
Geen gemakkelijke, maar wel een noodzakelijke taak voor haar.
Echter op termijn zal deze 'pharmakos' (*)
verheerlijkt en aanbeden worden,
dat zal zeker gebeuren, al was het maar posthuum.
Om dat te bereiken moet zij eerst tenval gebracht,
opgezweept en uitgedreven worden.

Daartoe dient het begrip Nationaliteit:
produkt van menselijke leugen,
voorgesteld als de afgrenzing van have en goed tegen indringers,
eigenlijk uitdrukking van plaatselijke macht
die zich zoekt te vestigen en bestendigen.

Wie buiten de banpalen van de Natie geboren is
behoeft een vergunning om zich binnen de veste te begeven.
De vergunning wordt verleend aan de hand van een schilderij
waarin verschillende lijdenswegen te zien zijn
- kronkelend door een landschap van gruwel.
Boven aan in het doek, in het midden,
het stralende lokkende licht
van de permanente heilstaat.

Een poortwachter en een klokkeluider bevinden zich naast het schilderij.
Een ieder van buiten die zich meldt om binnen te komen
moet eerst bij de poortwachter de weg aanwijzen
waarlangs zij gekomen is.
Dat is niet onaardig, maar rechtvaardig.
Wat zou de paradijselijke staat zijn als die allen deelachtig zou worden?

Niet elke weg is in het schilderij weergegeven,
maar, daar regels regels zijn,
hebben enkel zij toegang die 'de juiste weg' bewandeld hebben.
Dit dwingt de pelgrim naar het licht
tot een schilderkunidig ruime interpretatie van haar levensweg.
Zoals het is bij alle kunst,
gaat het niet zo zeer om het weergeven van de werkelijkheid
dan wel om het scheppen van een gevoel van werkelijkheid,
'verisimilitude' heet dat in poortwachtersjargon.

Maar die klokkeluider dan? wat doet die?
Die slaapt, althans meestal.
Zijn taak is het allen te waarschuwen
als toch onverhoopt de poortwachter misleid is
of een indringer naar binnen heeft weten te glippen.

Wie wekt dan de klokkeluider?

Het antwoord op die vraag is niet geschikt voor kleine kinderen
wacht maar tot later, als je groot bent.

 

 


Each child knows it,
if only from the 'television news for the young':
barbarian Afghans, primitive Nigerians,
and other fanatic muslims:
they are stoning...
women especially.
That can't be. That mustn't be!
We Dutch do not agree.
We even send an enlightening army
to the slopes of the Himalaya
to make a difference.

The Dutch have always been orderly people.
When someone deviates from the just course
repudiation and banishment
have been our preferred means for correction.
Go and check the history of our fatherland.
Stoning would soil our clean doorstep.

"Clear out the ship", we call it,
no man overboard, better a woman
and then, "straight-through-the-sea",
don't look back-
the bible teaches.

The outcast scapegoat
will, through her suffering,
cleanse the whole community from evil.
Not an easy task for her, but a necessary one.
In the long run, though, this 'pharmakos' (*)
she will be glorified and worshipped,
it will definitely happen, if only posthumous.
To achieve this, at first her downfall must be achieved,
and she will be whipped up again, and expelled.

This is what the notion of 'Nationality' is serving:
- product of human lies
proposed as the protection of goods and wealth from intruders,
strictly speaking, the expression of local power
that seeks to establish and perpetuate itself.

Anyone that has been born outside the Nation's boundary posts
requires a permission to access the stronghold.
The permission will be delivered upon reference to a painting
in which different ways-of-the-cross can be discerned
- meandering through a landscape of horror.
At the top edge of the canvas, in the middle,
the radiant enticing light of the permanent state of salvation.

A gatekeeper and a bell-ringer are next to the painting.
Anyone from the outside that wishes to come in
has first to point to the gatekeeper the correct way.
This is not unkind, but just.
What if everybody could enter upon the joys of Heaven?

Not every journey is shown in the painting,
but, rules are rules,
and only those that walked upon 'the right way' will gain access.
This forces the pilgrim, on her way to the light,
to construct a painterly broad interpretation of her path of life.
As it is with all art,
it is not so much about the representation of reality,
but more the creation of an impression of reality,
'verisimilitude' in gatekeepers jargon.

What about the bell-ringer? What is he doing?
He sleeps, at least most of the time.
His only task is to warn all
if, unfortunately, the gatekeeper has been mislead
or an intruder has managed to slip in.

Who is it that will wake the bell-ringer?
The answer to that question is not suitable for small children
wait, till later, when you grow up.

Tjebbe van Tijen, Amsterdam 15 mei 2006

(*) In het oude Athene had de figuur en het ritueel van de 'pharmakos' de taak om het kwaad uit te drijven en uit te sluiten (uit het lichaam en uit de stad). De Atheners onderhielden voor dit doel verschillende verworpelingen op kosten van de gemeenschap. Wanneer de stad bedreigd werd door enige ramp werd een verworpeling, pharmakos, geofferd om het kwaad uit te bannen. Aanvakelijk hield dit doding van de pharmakos in, later werd het tot een ceremonie waarbij de pharmakos in optocht tot buiten de stad geleid werd. Aanwijzing van een pharmakos gebeurde door een scherfgerecht (ostrakismos). Het begrip 'pharmakos' duidt oorspronkelijk op vergif en degene die vergiftigd, een heks of tovernaar en krijgt pas later de geassocieerde betekenis van geneesmiddel.
  Tjebbe van Tijen, Amsterdam 15 May 2006

(*) In old Athens the figure and the ritual of the 'pharmakos' was used to expel and exclude evil (from the body and from the city). For this purpose the Athenians kept 'outcasts' on the cost of the community. When the city was under threat of any disaster an outcast, pharmakos, was sacrificed to banish misfortune. At first this meant the killing of the pharmakos, later it became a ceremony whereby the pharmakos was paraded to the confines of the city. Selection of the pharmakos was done through ostracism (ostrakismos). The notion 'pharmakos' originally points to poison, and the one who poisons, a witch or wizard. Only later  did it get the associated meaning of medicine.



Road to Heaven — Road to Hell (German-American Woodcut, Hand-colored Fraktur Broadside).  Broadside, begins: Das Neue Jerusalem. Zions Strasse... [The Paths to Heaven and Hell]. No place, no date [Allentown/Reading area of Pennsylvania, ca. 1825]


Verklaring die Ayaan Hirsi Ali in Nieuwspoort Denhaag op 16 mei 2006 aflegde aan het begin van haar persconferentie:

Verdrietig en opgelucht ga ik verder’

"Ik ga door met het stellen van ongemakkelijke vragen."

In de zomer van 1992 ben ik naar Nederland gekomen. Ik wilde mijn leven in eigen hand nemen. Omdat ik me niet wil laten vangen in een toekomst die anderen voor mij uitstippelen.

Zoals velen heb ik gekozen voor de bescherming van de vrijheid. Die vrijheid heb ik hier gevonden. Hier heb ik de mogelijkheden gekregen en aangegrepen voor mijn strijd tegen religieuze terreur.

In de winter van 2003 ben ik lid van de Tweede Kamer geworden. Dat was op uitnodiging van de VVD. Mijn voorwaarde was dat ik woordvoerder emancipatie en integratie zou worden. Dat is gelukt, maar in de politiek gaat dat niet vanzelf. Want wat wilde ik in het parlement bereiken?

Allereerst wilde ik de ondergeschikte positie van migrantenvrouwen aan de orde stellen, en met name die van moslimvrouwen.
Ik wilde aandacht voor de cultuur en religie van etnische minderheden en niet alleen voor hun sociaal-economische omstandigheden.
Ten slotte wilde ik dat tot de politici hier zou doordringen dat de islam op belangrijke punten onverenigbaar is met de liberale rechtsstaat.

En nu mag ik mij afvragen: ben ik hierin geslaagd?

Politiek was voor mij een kwestie van vallen en opstaan. Soms was het frustrerend en ging mij het allemaal veel te langzaam. Maar dit weet ik zeker: op mijn manier heb ik bijgedragen aan de debatten. Over de islam, de bedreiging van de vrijheid van meningsuiting, de scheiding tussen kerk en staat, huiselijk geweld, eerwraak, vrouwenbesnijdenis, het dumpen van vrouwen in hun land van herkomst.
Deze zorgwekkende onderwerpen zijn niet meer weg te denken uit Den Haag.
De maatregelen die het kabinet neemt geven mij voldoening. Veel illusies over de multiculturele samenleving zijn voorgoed verdwenen: we zijn veel realistischer en opener geworden in het debat.

Intussen zijn mijn ideeën ook in het buitenland doorgedrongen. De afgelopen jaren heb ik in Europa en Amerika veel lezingen gehouden en debatten gevoerd.
Ik moest een afweging gaan maken. Ga ik verder in de Nederlandse politiek of moet ik mijn standpunten in een internationale omgeving uitdragen? In het najaar van 2005 vertelde ik Gerrit Zalm en Jozias van Aartsen dat ik niet beschikbaar zou zijn voor de lijst van 2007.

Ik kies nu voor een internationaal podium, omdat ik wil bijdragen aan het grensoverschrijdende debat over de emancipatie van moslimvrouwen en de ingewikkelde relatie tussen de islam en het Westen.

Ik wil de VVD bedanken voor mijn jaren in het parlement. Dat deze partij mij heeft gevraagd en – belangrijker nog – het met me heeft uitgehouden, is niet vanzelfsprekend. In het bijzonder wil ik mijn waardering uitspreken voor mijn fractiegenoten.
Ik wil mijn collega’s in de Kamer bedanken, voor hun steun, al waren de debatten soms vinnig en scherp. Femke, dank je wel. Dank ook aan die 30.758 mensen die hun stem toevertrouwden aan een nieuweling.

Nu zult u zeggen, waarom blijf ik niet tot aan de verkiezingen van volgend jaar? Waarom heb ik besloten om na bijna drieëneenhalf jaar mijn lidmaatschap van de Kamer te beëindigen?

Sinds ik in het voorjaar van 2002 publiekelijk over de islam ben gaan spreken, zijn de bedreigingen begonnen. Al ruim voordat ik in de politiek ging, is mijn bewegingsvrijheid daardoor ernstig beperkt. Dat is na de moord op Theo van Gogh alleen maar erger geworden.
De directe aanleiding voor het beëindigen van mijn Kamerlidmaatschap is dan ook dat ik voor het einde van de zomer uit mijn huis moet vertrekken. Op 27 april heeft het hof die uitspraak gedaan. Naar aanleiding van een klacht die mijn buren hebben ingediend – omdat zij zich in mijn buurt niet veilig voelen – heeft het Hof hen in het gelijk gesteld en mij vier maanden de tijd gegeven om mijn huis te verlaten.
Nu moet ik weer verhuizen, maar ook mijn nieuwe buren weten van de uitspraak van dit Hof.
Minister Donner is in beroep gegaan tegen deze uitspraak en ik ben hem daar erkentelijk voor: want hoe zal het anderen vergaan die worden bedreigd wanneer deze uitspraak overeind blijft? Aan mijn situatie verandert het niets: ik moet in afwachting van het beroep weer mijn koffers pakken.

Een andere aanleiding voor mijn vertrek vormt de discussie over het tv-programma ‘De heilige Ayaan’. Daarbij gaat het om twee kwesties: de onjuiste gegevens die ik heb verstrekt om erkend te worden als vluchteling en het verhaal over mijn uithuwelijking.
Over het feit dat ik met een onjuiste naam en geboortedatum, en met een onjuist vluchtverhaal, naar Nederland ben gekomen, ben ik altijd zeer open geweest. In 2002 heb ik op televisie de precieze toedracht rond mijn aankomst voor het eerst uit de doeken gedaan.
Sindsdien heb ik het tientallen keren herhaald, in binnen- en buitenland, in kranten, op radio en televisie. Ik heb vele malen de naam van mijn vader genoemd, ik heb mijn geboortedatum gegeven.

Nu vraagt u zich wellicht af: Hoe heet ik?

Ik ben Ayaan,
de dochter van Hirsi,
die de zoon is van Magan,
de zoon van Isse,
de zoon van Guleid,
die de zoon was van Ali,
die de zoon was van Wai’ays,
die de zoon was van Muhammad,
van Ali, van Umar,
van het geslacht Osman, de zoon van Mahamud.

Ik ben van deze clan. Mijn oervader is Darod, die achthonderd jaar geleden vanuit Arabië naar Somalië kwam en de grote stam van de Darod stichtte. Ik ben een Darod, een Macherten, een Osman Mahamud, en een Magan.

Vorige week was er nog enige verwarring over mijn naam.

Hoe ik heet ?

U weet nu hoe ik heet.

Er schijnen juridische vragen te bestaan omtrent de rechtsgeldigheid van mijn naturalisatie. Minister Verdonk heeft een onderzoek gelast. Ik kan de juridische problematiek niet overzien, maar ik wil wel zeggen: Hoe vaak geven mensen op de vlucht uit angst andere namen op? Wanneer het gaat om louter onjuiste persoonsgegevens is het ontnemen van de nationaliteit, in alle gevallen, ik herhaal: alle gevallen, een buitenproportionele sanctie.

Dan het verhaal over de uithuwelijking. Het tv-programma van vorige week trekt mijn geloofwaardigheid in twijfel. De slotconclusie van de makers is dat het allemaal erg ingewikkeld is. Ik kan u zeggen: dat valt wel mee.

De stelling dat ik vrijwillig een huwelijk ben aangegaan en aanwezig ben geweest op de bruiloft, is eenvoudigweg volledig onwaar. Er komt een verre neef uit Canada. Hij vraagt mijn vader om een van zijn vijf dochters. Mijn vader wijst mij aan. Ik kan u verzekeren, mijn vader neemt geen genoegen met een nee.

Onderweg naar Canada heb ik van een tussenstop in Duitsland gebruikgemaakt om naar Nederland te gaan en hier asiel aan te vragen.

Dat is in alle eenvoud het verhaal. Niets meer. Niets minder.
Kortom:

Ik ben dertien jaar geleden naar Nederland gekomen om mijn leven in eigen hand te nemen, om me niet te laten vangen in een leven dat anderen voor me uitgestippeld hadden.

Echter:

Het is moeilijk om met zoveel dreiging en politiebescherming te leven.
Het is moeilijk om als volksvertegenwoordiger te werken als je geen huis hebt. Moeilijk, maar nog niet onmogelijk.

Het is onmogelijk geworden nu de minister een hard oordeel over mijn Nederlanderschap heeft geveld. Dit stemt me treurig, want ik zou mijn mandaat als Kamerlid graag tot september willen afmaken.
Ik ga weg, maar de vragen blijven. De vragen over de toekomst van de islam in ons land, over de onderdrukking van vrouwen in de islamitische cultuur en over de integratie van de vele moslims in het Westen. Het is zelfbedrog om te denken dat alles weer zal worden als vroeger: na elf september is de wereld veranderd.

Ik ga door met het stellen van ongemakkelijke vragen. De weerstanden die dat oproept, zijn voor iedereen duidelijk. Ik voel de plicht om anderen te helpen in vrijheid te leven, zoals anderen dat ook voelen voor mij. Dat ik aan die emancipatie kan bijdragen – of dat nu in Nederland is of in een ander land – stemt mij gelukkig.

Ik ben Ayaan, de dochter van Hirsi, die de zoon was van Magan.

Vandaag leg ik mijn lidmaatschap van de Tweede Kamer neer.

Ik ga Nederland verlaten.

Verdrietig en opgelucht zal ik opnieuw mijn koffers pakken.

Ik ga door.

16 mei 2006

(bron web site NRC/Handelsblad)

 

Press release Ayaan Hirsi Ali, The Hague May 16 2006

I came to Holland in the summer of 1992 because I wanted to be able to determine my own future. I didn’t want to be forced into a destiny that other people had chosen for me, so I opted for the protection of the rule of law. Here in Holland, I found freedom and opportunities, and I took those opportunities to speak out against religious terror.

In January 2003, at the invitation of the VVD party, I became a member of parliament. I accepted the VVD’s invitation on the condition that I would be the party’s spokesman for the emancipation of women and the integration of immigrants. What exactly did I want to achieve?

First of all I wanted to put the oppression of immigrant women -- especially Muslim women – squarely on the Dutch political agenda. Second, I wanted Holland to pay attention to the specific cultural and religious issues that were holding back many ethnic minorities, instead of always taking a one-sided approach that focused only on their socio-economic circumstances. Lastly, I wanted politicians to grasp the fact that major aspects of Islamic doctrine and tradition, as practiced today, are incompatible with the open society.

Now I have to ask myself, have I accomplished that task?

I have stumbled often in my political career. It has sometimes been frustrating and slow. However, I am completely certain that I have, in my own way, succeeded in contributing to the debate. Issues related to Islam – such as impediments to free speech; refusal of the separation of Church and State; widespread domestic violence; honor killings; the repudiation of wives; and Islam’s failure to condemn genital mutilation -- these subjects can no longer be swept under the carpet in our country’s capital. Some of the measures that this government has begun taking give me satisfaction. Many illusions of how easy it will be to establish a multicultural society have disappeared forever. We are now more realistic and more open in this debate, and I am proud to have contributed to that process.

Meanwhile, the ideas which I espouse have begun spreading to other countries. In recent years I have given speeches and attended debates in many European countries and in the United States. For months now, I have felt that I needed to make a decision: should I go on in Dutch politics, or should I now transfer my ideas to an international forum?
In the fall of 2005 I told Gerrit Zalm and Jozias van Aartsen, the leaders of the VVD, that I would not be a candidate for the parliamentary elections in 2007. 

I had decided to opt for a more international platform, because I wanted to contribute to the international debate on the emancipation of Muslim women and the complex relationship between Islam and the West.

Now that I am announcing that I will resign from Dutch politics, I would like to thank the members of the VVD for my years in parliament – to thank them for inviting me to stand for parliament, and -- perhaps more importantly -- for putting up with me while I was there, for this has been in many ways a rough ride for us all. I want to thank my other colleagues here in parliament for their help, although some of  our debates have been sharp. (Femke Halsema, thank you especially for that!). I would also like to thank the 30,758 people who in January 2003 trusted their preference vote to a newcomer.

But why am I not remaining in parliament for my full term, until next year’s election? Why, after only three and a half years, have I decided to resign from the Lower Chamber?

It is common knowledge that threats against my life began building up ever since I first talked about Islam publicly, in the spring of 2002. Months before I even entered politics, my freedom of movement was greatly curtailed, and that became worse after Theo van Gogh was murdered in 2004. I have been obliged to move house so many times I have lost count. The direct cause for the ending of my membership in parliament is that on April 27 of this year, a Dutch court ruled that I must once again leave my home, because my neighbors filed a complaint that they could not feel safe living next to me. The Dutch government will appeal this verdict and I grateful for that, because how on earth will other people whose lives are threatened manage to find a place to stay if this verdict is allowed to rest? However, this appeal does not alter my situation: I have to leave my apartment by the end of August.

Another reason for my departure is the discussion that has arisen from a TV program, The Holy Ayaan, which was aired on May 11. This program centered on two issues: the story that I told when I was applying for asylum here in Holland, and questions about my forced marriage.

I have been very open about the fact that when I applied for asylum in the Netherlands in 1992, I did so under a false name and with a fabricated story. In 2002, I spoke on national television about the conditions of my arrival, and I said then that I fabricated a story in order to be able to receive asylum here. Since that TV program I have repeated this dozens of times, in Dutch and international media. Many times I have truthfully named my father and given my correct date of birth. (You will find a selection of these articles in the press folder). I also informed the VVD leadership and members of this fact when I was invited to stand for parliament.

I have said many times that I am not proud that I lied when I sought asylum in the Netherlands. It was wrong to do so. I did it because I felt I had no choice. I was frightened that if I simply said I was fleeing a forced marriage, I would be sent back to my family. And I was frightened that if I gave my real name, my clan would hunt me down and find me. So I chose a name that I thought I could disappear with – the real name of my grandfather, who was given the birth-name Ali. I claimed that my name was Ayaan Hirsi Ali, although I should have said it was Ayaan Hirsi Magan.

You probably are wondering, what is my real name?

I am Ayaan,
the daughter of Hirsi,
who is the son of a man who took the name of Magan.
Magan was the son of Isse,
who was the son of Guleid,
who was the son of Ali.
He was the son of Wai’ays,
who was the son of Muhammad.
He was the son of Ali, who was the son of Umar.
Umar was the son of Osman, who was the son of Mahamud.

This is my clan, and therefore, in Somalia, this is my name: Ayaan Hirsi Magan Isse Guleid Ali Wai’ays Muhammad Ali Umar Osman Mahamud.

Following the May 11 television broadcast, legal questions have been raised about my naturalization as a Dutch citizen. Minister Verdonk has written to me saying that my passport will be annulled, because it was issued to a person who does not hold my real name. I am not at liberty to discuss the legal issues in this case.

Now for the questions about my forced marriage. Last week’s TV program cast doubt on my credibility in that respect, and the final conclusion of the documentary is that all this is terribly complicated. Let me tell you, it’s not so complex. The allegations that I willingly married my distant cousin, and was present at the wedding ceremony, are simply untrue. This man arrived in Nairobi from Canada, asked my father for one of his five daughters, and my father gave him me. I can assure you my father is not a man who takes no for an answer. Still, I refused to attend the formal ceremony, and I was married regardless. Then, on my way to Canada -- during a stopover in Germany -- I traveled to the Netherlands and asked for asylum here. In all simplicity this is what happened, nothing more and nothing less. For those who are interested in the intimate details of my transition from a pre-modern society to a modern one, and how I came to love what the West stands for, please read my memoir, which is due to be published this fall.

To return to the present day, may I say that it is difficult to live with so many threats on your life and such a level of police protection. It is difficult to work as a parliamentarian if you have nowhere to live. All that is difficult, but not impossible. It has become impossible since last night, when Minister Verdonk informed me that she would strip me of my Dutch citizenship.

I am therefore preparing to leave Holland. But the questions for our society remain. The future of Islam in our country; the subjugation of women in Islamic culture; the integration of the many Muslims in the West: it is self-deceit to imagine that these issues will disappear.

I will continue to ask uncomfortable questions, despite the obvious resistance that they elicit. I feel that I should help other people to live in freedom, as many people have helped me. I personally have gone through a long and sometimes painful process of personal growth in this country. It began with learning to tell the truth to myself, and then the truth about myself: I strive now to also tell the truth about society as I see it.

That transition from becoming a member of a clan to becoming a citizen in an open society is what public service has come to mean for me. Only clear thinking and strong action can lead to real change, and free many people within our society from the mental cage of submission. The idea that I can contribute to their freedom, whether in the Netherlands or in another country, gives me deep satisfaction.

Ladies and Gentlemen, as of today, I resign from Parliament. I regret that I will be leaving the Netherlands, the country which has given me so many opportunities and enriched my life, but I am glad that I will be able to continue my work.

I will go on.

16 May 2006

(source web site Liberal Party/VVD)

     

Persbericht
Antwoorden van minister Verdonk op Tweede Kamervragen over Hirsi Ali
16 mei 2006
Antwoorden van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie op de vragen van het lid Nawijn (Groep Nawijn) over de asielprocedure van Hirsi Ali (ingezonden 15 mei 2006, nr. 2050613400).  

Vraag 1
Hebt u kennisgenomen van de uitzending van Zembla d.d. 11 mei 2006 inzake de achtergronden van Tweede Kamerlid Hirsi Ali?

Vraag 2
Is het waar dat, zoals in de onderstaande samenvatting van de redactie van Zembla op internet staat vermeld, mevrouw Hirsi Ali bij aankomst in Nederland haar geboortedatum heeft vervalst, een verkeerde naam heeft opgegeven en een verhaal heeft verzonnen om in Nederland asiel te krijgen? 

Vraag 4
Bent u bereid om hier nader onderzoek naar te laten verrichten en hierover de Tweede Kamer te informeren? Zo neen, waarom niet?

Vraag 5
Is het waar dat mevrouw Hirsi Ali destijds lange tijd in Kenia heeft verbleven en aldaar een verblijfsvergunning heeft gehad.?

Vraag 6
Heeft mevrouw Hirsi Ali dat tegen de contactambtenaar bij haar asielverhoor verteld?

Vraag 7
Heeft mevrouw Hirsi Ali ook tegen de IND verzwegen dat zij via Kenia en Duitsland naar ons land is gekomen? Zo ja, is het waar dat zowel Kenia als Duitsland als zogenaamde landen van eerste opvang golden, alwaar mevrouw Hirsi Ali voldoende bescherming tegen terugzending naar Somalië kon genieten?

Vraag 8
Bent u bereid de Tweede Kamer te informeren over de wijze waarop de besluitvorming door de IND destijds tot stand is gekomen?

Vraag 9
Is het u bekend dat door het verstrekken van onjuiste informatie in administratieve procedures de basis aan vergunningverlening door de overheid komt te ontvallen?

Vraag 10
Is het verstrekken van onjuiste informatie in de asielprocedure voor u aanleiding, zowel haar Nederlanderschap als asielstatus, in te trekken?

Antwoord op vragen 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10

Ik heb kennis genomen van de uitzending van Zembla d.d. 11 mei 2006 inzake de achtergronden van Tweede Kamerlid Hirsi Ali en op grond daarvan besloten nader onderzoek in te stellen. 

In het kader hiervan heb ik betrokkene per brief meegedeeld dat op grond van deze uitzending en de nu bekende gegevens vooralsnog moet worden aangenomen dat zij geacht wordt het Nederlanderschap niet te hebben verkregen, dit in lijn met jurisprudentie van de Hoge Raad . Betrokkene heeft de mogelijkheid hier, na verzending van deze brief, binnen zes weken op te reageren.

Uiteraard ben ik bereid de Kamer nader, zo nodig vertrouwelijk, over de uitkomsten van het onderzoek te informeren en meer specifiek op de gestelde vragen in te gaan.

Vraag 3
Klopt de informatie uit onderstaande samenvatting van de redactie van Zembla dat mevrouw Hirsi Ali de VVD-leiding heeft geïnformeerd over haar verzonnen verhaal voordat zij werd gepresenteerd als kandidaat-Kamerlid? 

Antwoord vraag 3

De beantwoording van deze vraag ligt niet op mijn weg maar op die van de VVD-leiding.

(bron web site Ministerie van Justitie)

 

Press release

Anwers of minister Verdonk on question of the Second Chamber of parliament about Hirsi Ali

text only in Dutch, could not (yet) find an English translation)