 |
De heer Stuwen, die
volstrekt niet, zoo als Jozef, er over dacht, hoe men
zich in een rijtuig te houden had, keek met de meeste
aandacht naar het dooreengriezelen van de joden in de
rondte, daar al dat loopen en babbelen in de voortdurende
opgewondenheid zijn belangstelling als Amsterdamsch
burgerheer gaande maakte. Hij zag vuile kleine meisjes,
die op de hoeken van de zijstraten van de St.
Antoniesbreestraat onoogelijke waren ventten, koude of
rookende, en hij-zelf rookte een beetje meer om den stank
niet in zijn neus te krijgen. St. Anthoniesbreestraat 1880;
published 1887
|