PLANOTHEEK

Twee van de 16 buurt/planpanelen van de tentoonstelling "Het IJ geopned, de binnenstad gedicht", gehouden in het jaar 1986 in de onderruimte van het toen net opgeleverde Grand Vista gebouw aan het Waterlooplein. De foto-panelen hebben transparente 'over-lays' op deurtjesss waarop met enkele lijnen de te veranderen gebioeden aangeven zijn. In de zijkanten van de panelen steken documentatie-mapjes van de 'Planotheek'. Dit zijn 'print-outs' van de computer database van de Planotheek. Een deel van de panelen is bewaarde gevleven over de jaren en behoren nu tot de verzameling van Tjebbe van Tijen. De fotografie is van Pieter Boersma.
Tekst van Peter van der Pouw Kraan, Verschenen in het weekblad Bluf!, nr. 244, 13 november 1986. Voor enkle andere artikelen (periode 1988-1995) over vroeg gebruik van computers door actiebewegingen zie de artikelen van Peter van der Pouw Kraan op deze pagina
De buitenparlementaire beweging bestormt de machines, om ze te gebruiken. Sinds de personal computers, en vooral de IBMklonen, redelijk betaalbaar zijn geworden zie je ze overal opduiken. Meestal als voor de hand liggend hulpmiddel bij vervelende klussen maar soms voor heel nieuwe mogelijkheden. Tijd om daar wat aandacht aan te besteden.
Op de tentoonstelling 'Het Y geopend, de binnenstad gedicht' over
de oostelijke binnenstad kun je een inspirerend projekt bekijken, de Planotheek. 'De planotheek', citeer ik uit een beschrijving, 'is een informatiesysteem, bestaande uit een computer, een microficheprojector en enkele conventionele archiefkasten, dat gebruikt wordt om gegevens over plannen te verzamelen en beschikbaar te stellen.'
In dit geval zijn dat plannen voor de stedelijke ruimte in de oostelijke binnenstad van Amsterdam. En dan niet alleen die van de gemeente maar ook van projectontwikkelaars, buurtgroepen, winkeliersverenigingen, krakers etc. En ook alternatieven en tegenplannen. Zo'n inventarisatie heeft nog niemand ooit gemaakt, zeker de gemeente Amsterdam zelf niet. Tot zover is er dus sprake van een nuttige, en gratis toegankelijke plannenbibliotheek. Een verschil is dat je ook op ieder plan kunt reageren of er vragen over kan stellen. De reakties en vragen komen in het computergeheugen en kunnen per plan weer door anderen gelezen worden. De bedoeling is de vragen door te sturen naar degene aan wie ze gericht zijn. De planotheek is zo een forum en een bemiddelaar tussen plannenmakers en mensen die mogelijkerwijs onderwerp zijn of worden van die plannen. Ik citeer maar weer: 'De planotheek claimt geen enkele juridische status en is als zodanig ook geen nieuwe buffer in het belangenspel wat het voortdurend veranderen van de stad is. Wel is het, evenals een bibliotheek dat kan zijn, een geheugensteun en daarmee ook morele toetssteen voor al diegenen die later nog eens willen beweren: "dat ze dat niet verwacht", dat ze dat niet geweten","dat ze dat nu juist vergeten" zijn.'
Een ander belangrijk verschil met een bibliotheek is dat dit systeem veel dynamischer is. Het boek dat bij de tentoonstelling hoort was bij het verschijnen alweer verouderd. Er worden voortdurend nieuwe plannen gelanceerd, oude plannen worden plotseling weer actueel, plannen krijgen een nieuwe versie, er komen tegenplannen. Een computerbestand kun je a la minute aanpassen, mits je dat goed organiseert.

Het idee heeft in de amsterdamse aktiescene wel zijn voorlopers.
Initiatiefnemer Tjebbe van Tijen: 'De eerste keer dat we ('we' was toen de aktiegroep Nieuwmarkt) echt een groot overzicht hebben gemaakt van allerlei plannen was in 1974. Dat was een kaart, die hier ook op de tentoonstelling staat, van de metro oostlijn. We hebben toen een inventarisatie gemaakt van alle plannen en ontwikkelingen die rond die metro oostlijn waren en die op die kaart ingetekend. Alles is toen gefotografeerd en van een nummertje voorzien. Daarbij hebben we documentatie verzameld en in mapjes gestopt die aan die kaart hingen. Dat was dan een heel groot informatiesysteem. Maanden hebben we eraan gezwoegd en vooral in die conflicttijden hebben duizenden mensen dat gezien. Het meest geavanceerde apparaat wat we daarbij hadden, in de eerste helft van de 70er jaren, was dan een fotokopieerapparaat en nu in de 80er jaren ging de gedachte uit naar computers.'
Naast de personal computer op de tentoonstelling staat een microficheprojector tegenover een groot projectiescherm. Het is de bedoeling dat tekeningen, foto's, plattegronden, documenten e.d. op fiche gezet worden. Het is maar een kleine computer en vooral tekeningen en foto's vreten geheugenruimte en zijn op zo'n klein beeldscherm ook niet altijd goed weer te geven.

TECHNIEK EN AUTONOMIE
Nieuwe machines maken nieuwe sociale aktiviteiten mogelijk. Het cassettedeck, de videorecorder en de offsetpers hadden ieder op hun manier kleinschalige onafhankelijke informatieproduktie en verspreiding tot resultaat. En zo maakt ook de personal computer onafhankelijke informatieverwerking en kommunikatie mogelijk op een andere manier dan tot nu toe gebeurde. Dat geldt zowel binnen bedrijven en instellingen als daarbuiten.
In de VS zijn er heel wat buurt en aktiegroepen die voor hun onderlinge kommunikatie gebruik maken van een 'bulletinboard', een centrale computer waarvan het geheugen gebruikt wordt als een soort prikbord en waarin iedereen met een eigen computer en wat randapparatuur via een telefoonverbinding berichten kan achterlaten of schrijven. Hele diskussies vinden zo plaats. Ik heb o.a. gehoord van bulletinboards van potten en flikkers en van vredesgroepen. Ook rechtstreekse berichtenuitwisseling is mogelijk. Enige tijd geleden was er sprake van zo'n systeem tussen amerikaanse aktivisten en mensen in Nicaragua. Je hebt er ook al jarenlang een aantal tijdschriften op dat gebied. M.n. Radical Software en Whole Earth Review. Ook in Nederland stikt het van de bulletinboards, maar die worden in hoofdzaak door hobbyisten gebruikt. In de linkse scene wordt de computertechnologie nog vaak geassocieerd met kontrole, onderdrukking en leger. Voor een deel terecht natuurlijk, maar je moet er niet in blijven steken.
Tjebbe: 'Ik heb zelf door mijn
werk op de universiteitsbibliotheek kennis moeten maken met computers. Ik was er eerst niet zo enthousiast over. Mijn weerstanden kwamen een beetje voort uit het Big Brotheridee. Ik herinner me dat wij destijds, als aktivisten vol enthousiasme waren toen we een krantenbericht zagen van een universiteitsbezetting, volgens mij in Toronto, waarbij miljoenen ponskaarten uit het raam van de computerruimte waren geworpen. Dat leek ons wel de meest optimale bevrijding die er mogelijk was. En nog geen decennium later zie je die aktivisten zelf achter een beeldscherm'.
'Op de UB staat een groot bakbeest. Op een gegeven moment zie je dan wel mogelijkheden, maar dan merk je dat het allemaal centraal georganiseerd is.

De afdeling automatisering bepaalt wel wat er al of niet kan en wat jij wilt kan natuurlijk haast nooit. En dan blijkt dat het met de personal computer wel gaat.'

Natuurlijk komt er bij zoiets als de planotheek meer kijken dan een computer en de programmatuur. Rechttoe rechtaan informatie opslaan wil nog wel eens een onoverzichtelijke brij opleveren.

Tjebbe's bibliotheekervaring speelde een grote rol bij het structureren van de gegevens en het vaststellen van zoeksleutels. De gegevens per plan zijn zo opgeslagen dat je o.a. kunt zoeken op gebied, planstatus, naam van het plan, opdrachtgever, maker, trefwoorden en verwijzingen naar de tentoonstelling. Bij ieder plan hoort ook een korte beschrijving, verbanden met andere plannen, bronvermelding, reacties, kontaktpersonen en organisaties, iets over de besluitvorming, het ontstaan en het verleden, eventuele varianten en nog een paar dingetjes. Bij elkaar ongeveer een volgetikt A4tje per plan. Er zitten nu ruim 200 plannen in de planotheek en het zal je niet verbazen dat nog lang niet alle gegevens zijn ingetypt. Maar het systeem werkt wel. Bezoekers van de tentoonstelling komen met aanvullende informatie, plannen die nog ontbraken en met vragen of reakties.

AMSTERDAM INFORMATICASTAD
De gemeente Amsterdam beschikt over heel wat computerbestanden. Toch zijn die voor buitenstaanders nauwelijks toegankelijk. Zo heeft Wijkcentrum D'Oude Stadt een kartotheek van bouwaanvragen door krakers vaak geraadpleegd die bestaat uit papieren strookjes die op kaarten zijn geplakt. Het systeem loopt maanden achter, terwijl de gegevens toch uit een gemeentelijke computer komen. Tom Keune, automatiseringsdeskundige van de PvdA en gemeenteraadslid, zei op een forum in mei dit jaar dat wijkcentra niet konden beschikken over terminals om rechtstreeks in gemeentebestanden te kijken omdat de informatie voor andere dan de gemeentelijke doelen te gebruiksonvriendelijk was opgeslagen. Software om dit op te vangen zou dan weer te duur worden.
Tjebbe: 'Ze zijn aan het automatiseren, wat zijn ze daar nou mee aan het doen? Incassobureaufuncties? Allemaal onderdrukkende functies, maar waar zijn de bevrijdende functies van de computer. Amsterdam moet een computerstad worden? Nou, wij moeten de eerste cent van de overheid nog zien voor dit projekt.'
'Gemeentelijke bestanden worden ontzettend afgeschermd. Je wordt voor debiel verklaard: dat kun je toch niet begrijpen, dat is veel te ingewikkeld. Je kunt uit een gemeentelijk computerbestand allerlei gegevens halen, dat kunnen we uit onze planotheek al. Over een tijdje kunnen we zeggen: welke gebouwen krijgen een andere funktie, voor wanneer is dat hergebruik voorzien en wanneer loopt de huidige functie af? Aah, daar zit een gat tussen, dat zijn dus potentiele kraakpanden, draai ze er maar uit. Informatie is ook macht en de gemeente ziet dat heel duidelijk in. Op diezelfde forumdiskussie heb ik toen als voorbeeld gegeven dat we destijds de computerband van het kadaster een weekendje te pakken kregen en die ergens op de universiteit van Leiden hebben overgezet. Daar heeft de kraakbeweging destijds jarenlang plezier van gehad.'

ONTWIKKELING
Tot slot een stukje over de ontwikkeling van de planotheek, om je een idee te geven wat zoiets inhoudt als je eraan begint.

Terwijl Tjebbe de gegevens structuur geeft schrijf ik de programma's. We werken daarbij met een computer met een harde schijf van 20 Mbyte, dwz dat er 20 miljoen lettertekens opgeslagen kunnen worden. Dat is de tekst van twee en een halve jaargang Bluf!. We gebruikten een softwarepakket dat speciaal is ontworpen voor het hanteren van gegevensbestanden, dBase III. Het kan een heleboel niet maar je komt er toch een heel eind mee. Als je de informatieopslag vergelijkt met een kaartenbak, kun je voortdurend de structuur van de kaarten aanpassen door nieuwe kategorien toe te voegen en de gereserveerde geheugenruimte te wijzigen. Dat was belangrijk omdat pas tijdens het opzetten van de planotheek bleek hoe die in elkaar moest zitten. Zo waren er eerst nog geen codes voor de status van een plan. Later bleek er weer ruimte nodig voor het opslaan van namen van opdrachtgevers in een speciale genormaliseerde versie, etc. Het pakket zit zo in elkaar dat je na betrekkelijk weinig leertijd gemakkelijk gegevens kunt invoeren of wijzigen in een zelf ontworpen structuur.
Behalve dit 'interaktief' werken met dBase kun je er ook in programmeren. (Is ook betrekkelijk eenvoudig te leren hoor). Voor het programma (invoer, schermlayout, de mogelijkheid om reakties te geven, verschillende manieren om gegevens op papier te zetten, bestanden koppelen etc) geldt hetzelfde als hierboven: je ontdekt telkens nieuwe mogelijkheden of bepaalde dingen moeten toch weer anders. En als je dan iemand voor het eerst achter de knoppen ziet zitten merk je problemen op die je zelf niet had kunnen bedenken omdat je als programmeur heel anders tegen een programma aankijkt dan iemand die alleen maar een scherm en een toetsenbord voor zich ziet.
De twee manieren van werken met dBase: interaktief en via programma's, bijten elkaar een beetje. Interaktief werken levert soms structuren op die voor de programma uitvoering erg lastig blijken te zijn, waardoor het systeem soms nogal sloom werkt. Zie het maar als een experimentele opzet die later flink wordt opgevoerd door beter aanpassing van programmatuur en gegevensopslag.
De planotheek als programmapakket en gegevensstructuur is nooit af, het is een proces. Het in stand houden van een werkende planotheek is dat ook. Het zou jammer zijn als ie alleen tot eind november op de tentoonstelling staat te pronken. Daarna moet ie beheerd worden, de gegevens moeten aangevuld worden, de vragen aan plannenmakers doorgestuurd. Dat vereist enige permanente organisatie. Misschien neemt wijkcentrum D'Oude Stadt hem over. peter van ostade

De openingstijden van de tentoonstelling: 's ochtends 11 tot 's avonds 7, iedere dag in ieder geval tot eind november. De planotheekcomputer is op maandag en in het weekend toegankelijk en verder afhankelijk van wie er inmiddels op ingewerkt raken.


Plaats: Gran Vistagebouw, Waterlooplein 73.
Een beschrijving van de tentoonstelling, ook zeer de moeite waard, staat in Bluf 242 op de achterpagina.

Het Echte Metro Museum in de Keizersstraat begin 1975, met de plan- en speculatiekaart van de Oostlijn van de Amsterdamse Metro. Op de kaart genummerde bedreigde gebieden, in de mapjes nadere documentatie. De oorspronkelijke kaart is in 1986 gerestaureeerd en behoort nu tot de verzameling van Tjebbe van Tijen. De fotografie is van Pieter Boersma.
Klik hier voor een digitale facimile van de oorspronkelijke tekts van de Planotheek Klik hier voor een stukje digitale facsimile van een proef-uitdraai van de Planotheek database.