| Stoepreflex &
Winkelriool |
||
| HET BROZE EVENWICHT
De openbare straat, het openbare plein is een broze mengeling van gebruik en gebruikers, rondhangers, terraszitters, voetgangers, legale en illegale handelaren, uitstallingen, voorstellingen, fietsers, personen- en vrachtauto's, bussen, trams, goed- en -foutparkeerders. Daar waar één van deze elementen de overhand krijgt en de ander verdringt vermindert de openbaarheid. Het gebruik van het oppervlak van wat wij 'straat' of 'plein' noemen is onderworpen aan een ontelbaar aantal wettelijke voorschriften en nooit vastgelegde gewoonte-regels. De fysieke indeling van straat of plein in aparte zones voor verschillende vormen van gebruik is een belangrijk hulpmiddel in het naast elkaar laten verlopen van al dat wat samen het 'straatleven' uitmaakt. Eén van die indelingselementen is de stoep, een nieuwigheid uit de 19e eeuw, waarbij de straat voor snel, en de met hardstenen randen verhoogde stoep voor langzaam voortbewegen bestemd is. Daar waar deze stoep de laatste jaren in de stad verdwenen is wordt zij node gemist. Er is een grenzeloze onderschatting van het nuttig effect op de zintuigelijke waarneming, motoriek, reflexie en interactie die veroorzaakt wordt door de stoep. deze burgerlijke verworvenheid –Bürgersteig- is het afgelopen decennium op vele plaatsen, afgeschaft. Er voor in de plaats kwam een buiten haar oevers tredende, tot een binnenzee aanwassende stroom van'sierplaveisel'. Letterlijk haaks op deze afvloeiing van het voetgangersverkeer is er de dagelijkse aanleg van middenstands-strekdammen gekomen met lokkende teksten en beelden om deze stroom in de richting van een bepaalde winkel en kassa af te buigen. WINKELRIOOL EN STOEPREFLEX De afgelopen kwart eeuw zijn zo talloze winkelstraten omgebouwd tot 'voetgangerszones', overdag overvol s'avonds overleeg, zo vol en zo leeg dat niemand meer kijkt hoe die straat er eigenlijk uitziet. De samenzwering van winkeldief en rolluikfabrikant vormde de logische afsluiting van deze ontwikkeling: de openbare straat is geworden tot een open riool, waarvan de stinkende beddingen droogvallen met het wisselen van de winkelgetijden. De stoep geeft de voetganger ogen in het achterhoofd, op het moment dat zij of hij van de stoep af stapt en het voor sneller verkeer bestemde straatverkeer betreedt, spitsen de zintuigen zich: in een reflex draait het hoofd zich om, eenblik – hoe vluchtig ook - wordt naar achter geworpen, de oren even gespitst.."komt er wat aan ?", het lichaam is heel even iets meer gespannen, klaar om de begonnen oversteek direct af te breken. Omgekeerd heeft de gebruiker van het straatgedeelte voortdurend een duidelijke indeling voor ogen, niet de volle breedte van de openbare weg hoeft in de gaten gehouden te worden, maar slechts het lager liggend gedeelte. De hoge stoeprand vormt daarbij ook een gevreesde fysieke barrière voor al wat op wielen snelt, die enkel met zeer lage snelheid zonder brokken te maken genomen kan worden. IN HET PLAVEISEL WEGZINKENDE BEBOUWING Het verhoogd of verlaagd zijn van delen van een straat of plein heeft naast deze functionele scheiding van verkeerssoorten nog bijkomende esthetische aspekten. Het profiel van een straat of plein bepaalt ook de wijze waarop de aanliggende bebouwing zich aan ons oog voordoet. Zoekt het gebouw zelf voorzichtig via trapjes en opstapjes aansluiting bij de straat, loopt de straat regelrecht tot in het diepste binnenste van de begane grond door - zoals bij veel grote winkelcentra - staat het gebouw op een duidelijk gemarkeerde sokkel en zijn straat en stoep een optreedje naar de gevel wand ?Of lijkt het gebouw zich nog verdiepingen lang onder het straat niveau voort te zetten, is het zoals het wit marmeren Stopera fron,t temidden van een oceaan van kleine klinkertjes, een giganties schip dat door haar culturele ballast langzaam lijkt weg te zinken in het plaveisel. Wie ooit een overstroming gezien heeft die voet van een bebouwing tot enkele decimeters in het water zette, wie zich de eerste herinnering van het dwaze effect van een gekend persoon die tot de enkels in troebel water staat voor de geest haalt, begrijpt dat daarmee de maat der dingen verdwijnt. Enkel de herinnering aan het gebouw vóór de overstroming, de persoon op het droge maakt het mogelijk de werkelijkheid te reconstrueren. |
De net boven het water
van een vijvertje op het terrein van de Technische Hogeschool Twente uitstekende torenspitsvan
kunstenaar Wim Schippers kan als voorbeeld dienen van wat er
bij de verandering van het straatprofiel gebeurd: VERLEIDELIJKE DIAPRESENTATIES DE BRUTAALSTE WINNEN De in de loop der eeuwen tot ver boven de enkels in het plaveisel weggezonken
Waag zakt nog een stukje verder en zal nog meer haar verleden als een stadspoort in een stadwal weten te verbergen. |
|
| m | ||